28 juli 2026

Intimidatie werkt zodra de omgeving zich aanpast

In maart zette de politie honderd verdachten van oplichting op schermen langs de weg, in tv-spots en online-advertenties. Eerst waren de gezichten onherkenbaar gemaakt, later werden de overgebleven verdachten herkenbaar getoond. Ruim twee maanden daarna hadden 34 van hen zichzelf gemeld en waren nog eens veertig door tipgevers herkend. Van 74 van de honderd was de identiteit toen bekend.

De campagne heette Game Over?! en gebruikte een eenvoudig principe: zichtbaarheid verandert gedrag. Meer mensen kunnen helpen bij de opsporing, en de verdachte weet dat steeds meer mensen hem kunnen herkennen.

Als intimidatie de omgeving verandert

Ik moest daaraan denken toen ik las over Engelen, het Brabantse dorp waar woningen en auto’s werden beklad met anti-azc-teksten. Ook bewoners die alleen een open gesprek wilden voeren, werden doelwit van de intimidatie.

Een bewoonster vertelde dat haar buurman een poster achter het raam had hangen met de tekst ‘Gastvrij Engelen, iedereen welkom’. Zij had daar geen bezwaar tegen en zei inmiddels liever te zien dat hij de poster zou weghalen.

Juist in zo’n reactie wordt zichtbaar wat intimidatie kan bereiken. Mensen hoeven het inhoudelijk niet met de daders eens te worden. Het is voldoende wanneer zij hun gedrag gaan aanpassen uit angst voor wat er kan gebeuren. Een poster verdwijnt, iemand zegt iets niet meer hardop of besluit zich niet langer zichtbaar uit te spreken. De overtuiging blijft misschien hetzelfde, terwijl de openbare ruimte wel verandert.

Afschrikking moet zichtbaar zijn

De Italiaanse rechtsfilosoof Cesare Beccaria schreef al in 1764 dat voor afschrikking de zekerheid van een gevolg belangrijker is dan de zwaarte ervan. Voor de omgeving speelt daarbij nog iets anders: die consequentie moet ook waarneembaar zijn.

Een gevolg waarvan niemand iets merkt, verandert moeilijk het beeld van wat wel en niet zonder consequenties kan gebeuren. Dat is ook een van de functies van openbaarheid in het recht. Rechtszaken zijn in beginsel openbaar en vonnissen worden publiek uitgesproken. De verdachte krijgt daarmee een boodschap, en de omgeving ziet dat gedrag een gevolg heeft.

Bij intimidatie ontstaat anders gemakkelijk een asymmetrie. De bedreiging is zichtbaar, de reactie erop veel minder. Bekladdingen blijven op muren en auto’s staan en mensen in de buurt zien wie er bang wordt. Het onderzoek van politie en justitie vindt grotendeels buiten hun zicht plaats.

De druk verplaatsen

Bij Game Over?! gebruikte de politie middelen die normaal ook in communicatie worden ingezet: beeld, bereik en publieke herkenbaarheid. Die middelen dienden de opsporing en veranderden tegelijkertijd de positie van de verdachten.

De politie hoefde hen niet langer als enige te zoeken. Vanaf het moment dat hun gezicht openbaar werd, moesten zij rekening houden met iedereen die de campagne had gezien. Een buurman, collega, familielid of toevallige voorbijganger kon hen herkennen.

Daarmee verschoof een deel van de druk. De anonimiteit waarop hun positie mede rustte, werd kleiner naarmate meer mensen wisten naar wie ze keken.

Van de massa naar één persoon

Die gedachte houdt me al veel langer bezig. In 1994 bedachten mijn creatieve maatje en ik tijdens onze studie een concept voor het Anti Discriminatie Bureau Amsterdam. Supporters die in een stadion discriminerende leuzen riepen, zouden worden gefilmd en later thuis met die beelden worden geconfronteerd.

In een stadion verdwijnt een individu gemakkelijk in de groep. Een leus lijkt van iedereen en daardoor tegelijkertijd van niemand. Ons idee was om die anonimiteit om te draaien. In de woonkamer zou dezelfde leus ineens uit de mond van één herkenbaar persoon komen.

We hoopten dat juist die confrontatie iets zou veranderen. De bedoeling was niet dat iemand te horen kreeg wat hij had gezegd, maar dat hij zichzelf buiten de bescherming van de groep zou terugzien. Er is destijds serieus over het concept gesproken, onder meer met AT5, maar uitgevoerd is het nooit.

Welke norm wordt zichtbaar?

In situaties als die in Engelen draait het daarom om meer dan opsporing alleen. Er speelt ook een strijd om wat mensen in hun omgeving als normaal en veilig ervaren.

Wanneer de dader zichtbaar intimideert en de reactie daarop nauwelijks zichtbaar is, kan het lijken alsof vooral de bedreiging effect heeft. Bewoners zien dat een huis wordt beklad en merken vervolgens dat iemand zijn poster weghaalt. Daarmee wordt voor iedereen zichtbaar welke kant zich aanpast.

Dat maakt de reactie van politie en justitie niet minder zorgvuldig of belangrijk. Voor de sociale werking ervan telt alleen ook mee wat de omgeving uiteindelijk kan waarnemen.

Voorlopig is in Engelen vooral zichtbaar wat de intimidatie met anderen doet. De buurman hoeft zijn mening niet te veranderen om het doelwit te raken. Als hij besluit zijn poster weg te halen omdat de mogelijke consequenties van zichtbaarheid te groot voelen, heeft de intimidatie zijn gedrag al veranderd. En precies daar begint een norm te verschuiven.